Ouweneel ziet tekenen van tweedeling
Willem Ouweneel ziet in christelijk Nederland “een zekere tweedeling” opkomen. Die gaat soms dwars door denominaties, en soms zelfs dwars door plaatselijke gemeenten. “Er zijn gemeenten die zich (uit angst?) uitdrukkelijk afsluiten voor ‘meer van de Geest’, en er zijn gemeenten die zich intens daarnaar uitstrekken.”
Hij schrijft dat in een column in het Friesch Dagblad. Daarin vertelt hij dat hij onlangs drie keer op een zondag moest preken. ’s Morgens leidde hij een hervormde dienst, ’s middags sprak hij in een “zeer charismatische” gemeente en ’s avonds in een “open-minded” Vrije Evangelische Gemeente. “Het heeft bijna iets surrealistisch dat dat allemaal op één zondag kan: een en dezelfde spreker in drie zulke kerkelijke wereldjes. Toch is het steeds gewoner aan het worden, en wel om de simpele reden dat deze drie wereldjes in belangrijke opzichten steeds verder naar elkaar toe groeien”, aldus Ouweneel.
In twee van de drie gemeenten had hij tevoren een onderwerp gekregen waarover hij moest spreken. Het bleek beide keren met de Heilige Geest te maken te hebben. Zijn derde preek ging daar ook over. “De belangstelling voor het werk van de Heilige Geest groeit enorm”, constateert Ouweneel, “en wel in bijna alle geledingen van de Nederlandse christenheid. Daarbij gaat het niet alleen om pinksterstokpaardjes, zoals tongentaal en profetie, maar eerst en vooral om meer toewijding, meer kracht, meer liefde, meer ijver, meer vrucht, meer discipelschap, meer bewogenheid, meer aanbidding, meer strijden in de gebeden, meer gelijkvormigheid aan Christus.”
Maar er is ook een keerzijde. Sommige gemeente gaan er in mee, anderen haken af. Een tweedeling dus. Ouweneel: “Het spreekt vanzelf dat er allerlei overgangen tussen deze twee groepen zijn. Maar er lijkt me toch genoeg aanleiding te zijn om van een tweedeling te spreken. De eerste groep gemeenten (reformatorisch of evangelisch, maakt niet uit) zie ik geestelijk steeds meer achterop raken; de tweede groep gemeenten zie ik geestelijk steeds meer groeien, zowel in de breedte als in de diepte.”
Soms ziet hij ook gemeenten die zich “een tijdlang zeer naar ‘meer van de Geest’ hebben uitgestrekt. Maar dan komt er de klad in – met name (denk ik) omdat de leiders bang zijn de controle te verliezen. Zo’n gemeente is een tijdlang sterk gegroeid, maar dan bereikt ze een plafond. Via de achterdeur verlaat een flink aantal gelovigen zo’n gemeente weer, omdat ze teleurgesteld zijn dat er niet méér in zit. De gemeente heeft niet alleen een plafond bereikt wat het aantal bezoekers betreft, maar ook wat haar geestelijke verdieping betreft. De kurk wordt op de fles geduwd, met als gevolg dat zo’n gemeente nu alleen nog maar achteruit kan boeren.”
Ouweneel kent plaatsen, schrijft hij, “waar vervolgens in de buurt van zo’n ietwat verstarde gemeente (A) een nieuwe gemeente (B) ontstaat, die net zo vurig van Geest is als gemeente A aanvankelijk was. En wat gebeurt er? Gemeente A moet met lede ogen aanzien dat een hele stoet gelovigen overloopt van A naar B. Dat is geen valse concurrentie van B - het is niets anders dan de eigen nalatigheid van A. Het is blijkbaar een keuze tussen de Geest en de leiders geworden - en de leiders hebben voor zichzelf gekozen.”
| Op dit artikel rust copyright ©. Overname, in welke vorm dan ook, is alleen toegestaan na voorafgaande schriftelijke toestemming van de hoofdredactie. |
Regenboogjes
Columns
- Tobya
- Henk
- Johan
![]() |
|
![]() |
|
![]() |
|
Quote
Het gebed is de levensadem van een christen.
Oswald Chambers
Weersverwachting









Maar waarom plaatselijke gemeentes groeien, of juist krimpen, soms zelfs ophouden te bestaan is lang niet altijd duidelijk. De conclusies in dit artikel die Ouweneel trekt lijken oppervlakkig en nogal eenzijdig, vanuit een bepaald gezichtspunt beredeneerd. En dat gezichtspunt klopt lang niet altijd.
We leven in een tijd waarin mensen op zoek gaan naar ervaringen, beleving.
Zolang die ervaringen, die beleving maar gepaard gaan en niet in de plaats komen van uitleg, exegese en toepassing van det Woord van God.
Laten we vasthouden aan het Woord van God en ons uitstrekken om vervuld te worden van de heilige Geest.
zo bedoeld willem het inderdaad. Hij heeft het laatste opp ene bijeenkomst waar ik was zo uitgelegd.
Dat herken ik namelijk ook.
En misschien laat hij zich zelf tijdens de drie zo verschillende ervaringen in die drie gemeenten wel beïnvloeden door 'wat voor ogen is', of door 'wat hij voelt'.
Gelukkig heeft 'de wet des geloofs' zelfs bij wondergaven niets met gevoel te maken.
Ik moet denken aan wat Watchman Nee eens zei, de auteur die Ouweneel zelf ook regelmatig citeert: 'Ik wil de kracht die ik niet voelen kan!'
Zelf heb ik een kleine gemeente geleid, die ondanks de input van onderwijs over de heilige Geest en de gaven niet groeide. Jeugd ontbrak. De gemeente vergrijsde.
Ik ben charismatisch, maar wel voorzichtig. Het is niet alles GOUD wat er blinkt. We leven in een tijd waarin ook valse profeten zich manifesteren.